Omschrijving: 
Restauratie Hotel du Bois (gaanderijgebouw) en Sint-Barbaragodshuis
Opdrachtgever: 
Aline nv
Status: 
Oplevering 2022
In samenwerking met: 
bold architecten, Arcade en studiebureau Van Reeth
Projectarchitect: 
Anne Gorlé
Ligging: 
Antwerpen

De Dames, Antwerpen

Op de site van het voormalig Instituut Dames van het Christelijk Onderwijs werd een nieuw totaalproject ontwikkeld waarbij de site haar originele residentiële invulling terug kreeg. Na een grondige historische analyse van de site en de omgeving werd in nauw overleg met het agentschap Onroerend Erfgoed en de dienst Monumentenzorg van de stad Antwerpen de aanpak van de waardevolle historische gebouwen bepaald en hun integratie in de herontwikkeling van de voormalige schoolsite. Het betreft het als monument beschermde Sint-Barbara Godshuis met kapel en het bijhorende als stadsgezicht beschermde binnenplein, de als monument beschermde gaanderijvleugel en zuidelijke binnenkoer van het 18e eeuwse Hotel du Bois, maar ook de buiten de bescherming vallende, maar historisch waardevolle keukenkelder met Delftse tegels.

Bij de opmaak van het masterplan en het ontwerp voor de ontwikkeling van de site vormden de historische bebouwingen, de centrale as gecreëerd door Van Baurscheit en de centrale binnenkoer de vertrekbasis voor de nieuwbouw. Het terrein werd vervolgens verdeeld in logische bouwzones waarbij elke bouwzone zijn eigen detaillering en expressie kreeg, net zoals het vroeger was bij de schoolgebouwen rond verschillende speelplaatsen. Voor elke bouwzone werd er gezocht naar de juiste aansluiting, expressie, materialisatie en detaillering zonder het globale beeld in het stedelijk weefsel uit het oog te verliezen.

Het hotel Arnould du Bois de Vroylande behoort tot het rijpe oeuvre van Jan Pieter van Baurscheit de Jonge, ontstaan op het hoogtepunt van zijn artistieke ontwikkeling. In het verlengde van het hoofdvolume met binnenplaats aan de Lange Nieuwstraat ligt de tuin die aan de zuidzijde wordt afgesloten door de zogenaamde gaanderijvleugel, een langgerekte vleugel van twaalf traveeën en drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit een barokke, hardstenen rondbooggalerij op Toscaanse zuilen en een geprononceerde middenas. De gevelsteen met jaartal 1739, verwijst vermoedelijk naar het jaar waarin het hotel door erfenis in het bezit kwam van de familie Du Bois. De bepleisterde en beschilderde bovenverdiepingen hebben een neoclassicistisch uitzicht uit de tweede helft van de 19de eeuw, gemarkeerd door een breed middenrisaliet onder een driehoekig fronton.

Het 16e eeuwse Sint-Barbaragodshuis dat bij een zesde uitbreiding door De Dames in 1951 werd aangekocht van het O.C.M.W. is een mooi voorbeeld van een liefdadigheidsinstelling waar om godswil onderdak werd geboden aan armen. Het godshuis werd gesticht door Nicolaes Boot, kerkmeester van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, uit liefdadigheid maar ook met de hoop om zich zo gunstig in het hiernamaals in te kopen.

Het Sint-Barbaragodshuis is een bijzonder waardevol geheel dat als een eilandje binnen het omgevende bouwblok bewaard is gebleven. Het gaat om een goed bewaarde laat-gotische éénheidsbebouwing van éénkamerwoningen met één onderkelderde bouwlaag onder een pannen zadeldak. Het Sint-Barbaragodshuis werd in 1980 beschermd als monument, ook wat het interieur van de kapel en de huisjes betreft, terwijl het binnenpleintje als stadsgezicht gerangschikt werd.

De gaanderijvleugel, de acht huisjes van het Godshuis en de kapel werden met de grootst mogelijke zorg gerestaureerd met maximaal respect voor de typologie. Op de gelijkvloerse verdieping van het gaanderijvleugel werd een kantoor en/of winkelruimte ontworpen. De verdiepingen werden ingericht als appartementen. Het geheel van de godshuisjes werd herbestemd als ééngezinswoning. Daarbij werd de historische verbinding Lange Nieuwstraat - Godshuis, die voorheen de rechtstreekse connectie met de straat verzorgde, hersteld hetgeen bijzonder waardevol is wat betreft integratie en ontsluiting van het vroeger ingesloten Godshuis. Een aantal betreurenswaardige verbouwingen uit het verleden werden ongedaan gemaakt. De waardevolle interieurelementen (haarden, kraagstenen, moerbalken, …) bleven uiteraard bewaard en werden geïntegreerd in de appartementen en in de woning.

De gebouwen voldeden niet meer aan de huidige wooneisen en moesten daarom aangepast worden aan de huidige normen en energetische doelstellingen, rekening houdend met de erfgoedwaarden. Samen met bouwfysisch studiebureau Daidalos werd een energie-audit opgemaakt en gezocht naar een evenwicht tussen erfgoed en energiebesparende maatregelen. De houten ramen met kleine roedeverdeling waren in zeer slechte staat en werden vervangen door nieuwe ramen die een zo getrouw mogelijke kopie zijn van de bestaande ramen, met verbetering van de comfortprestatie (houten roeden, isolerend dubbel glas, dubbele sluiting, ...); dit in combinatie met binnenisolatie (aan de gaanderijgevel en aan de binnentuingevels van het godshuis) en buitenisolatie (aan de ‘achtergevels’ van het godshuis). Ook de vloeren van de gelijkvloerse verdieping en de daken werden geïsoleerd. Voor de ventilatie werd gekozen voor de integratie van een systeem D.

De restauratie- en herbestemmingsdossiers werden opgemaakt op basis van een grondige bouwhistorische studie, een goedgekeurd beheersplan, een nauwkeurige opmeting en gedetailleerd onderzoek ter plaatse. Correct ingrijpen op waardevolle gebouwen is immers enkel mogelijk mits voorafgaandelijk grondige studies worden uitgevoerd om de geschiedenis, de bestaande toestand en de specifieke problemen in kaart te brengen. Op basis van de resultaten van de onderzoeken werden in overleg met alle betrokken partijen restauratie-opties op maat gekozen. De werken werden uitgevoerd met behulp van een bijzondere erfgoedpremie (met voorafname als investeringsdossier) en in nauw overleg met het agentschap Onroerend Erfgoed en de dienst monumentenzorg van de stad Antwerpen.

Copyright foto's: Evenbeeld en Gazet van Antwerpen